De overgang.
Overgangen vragen om ruimte. Mijn dochter komt terug van kamp, vol andere energie, en ik merk hoe snel mijn goedbedoelde vragen botsen. In mijn werk met jongeren zie ik hetzelfde: we vergeten soms hoe heilzaam het is om even te wachten, in te leven en iemand zachtjes te laten landen.
Mijn dochter (18+) komt net terug van vijf dagen kamp. Stil, scheel kijkend van vermoeidheid, haar hoofd bijna knikkend in haar favoriete eten.
Mijn vragen, goedbedoeld, komen niet aan. Sterker nog: ze botsen.
Een kortaf antwoord terug. Een zucht.
Ze komt van andere mensen, een andere sfeer en andere eigen energie. En nu hier bij mij, thuis. Dit is wat overgangen vragen: ruimte, tijd en herstel.
En het geldt niet alleen na kamp.
Ook van tv naar avondeten.
Van buiten spelen naar binnen komen.
Van werk naar aanschuiven thuis.
Ons lijf en brein vinden geleidelijkheid fijn. En die tijd krijgen of geven, is een groot goed.
Ik vergeet het soms zelf ook. Zoals vandaag.
Hoe fijn is het als iemand wacht met vragen stellen.
Hoe rustgevend is het als iemand je even laat, terwijl er wél die knipoog is.
In mijn werk als haptonoom met jongeren is dit vaak een terugkerend thema. Ouders zitten er, met de beste bedoelingen, net iets te veel bovenop.
Even wachten, inleven en ruimte maken voor de geleidelijkheid helpt.
En de wederkerigheid komt later.